Langdurig verzuim ontstaat zelden plotseling. Meestal is het het resultaat van een proces dat zich geleidelijk opbouwt. Oplopende werkdruk, onvoldoende herstel en signalen die niet tijdig worden besproken, kunnen zich lange tijd opstapelen. In de zorg, waar betrokkenheid groot is en collega’s vaak doorgaan voor elkaar en voor de cliënt, blijven deze signalen regelmatig onder de radar. Wanneer iemand uiteindelijk uitvalt, is het onderliggende probleem vaak al langere tijd aanwezig.
Fysieke en kwantitatieve werkdruk hangen samen met uitputting en langdurig verzuim
Cijfers uit de Monitor Gezond Werken in de Zorg van IZZ laten zien dat werkgerelateerd verzuim vooral samenhangt met uitputting, met name lichamelijk en in mindere mate emotioneel. Lichamelijke uitputting hangt sterk samen met de fysieke en kwantitatieve werkdruk. Personeelstekorten vergroten de belasting op teams: medewerkers moeten harder lopen om de zorg overeind te houden. Dat vergroot het risico op uitval, waardoor de druk opnieuw oploopt. Zo versterkt het ene probleem het andere.
Verzuim in de VVT hoger dan in andere zorgbranches
Hoe deze dynamiek zich manifesteert, verschilt per sector. In de VVT ligt het verzuim structureel hoger dan in andere zorgbranches. Zo lag in 2024 het ziekteverzuimpercentage in de VVT-branche op 8,9 procent, terwijl dit op 5,2 procent uitkomt voor heel Nederland en op 7,3 procent voor de sector zorg & welzijn (AZW StatLine, 2024). Dat verzuim hangt samen met de relatief hoge fysieke belasting (Monitor Gezond Werken in de Zorg, 2025) maar ook met de hogere gemiddelde leeftijd van medewerkers (AZW StatLine, 2024). Oudere medewerkers verzuimen minder vaak kortdurend, maar wanneer zij uitvallen is de kans op langdurig verzuim groter. Jongere medewerkers melden zich juist vaker kortdurend ziek (Preventieplan arbeidsmarkt zorg en welzijn, 2025).
Teams maken het verschil
Ook binnen organisaties zijn de verschillen groot. Sommige teams functioneren, ondanks dezelfde personele druk, duidelijk beter dan andere. Op sommige afdelingen draait een team al maanden met een krappe bezetting, maar waar het ene team overeind blijft, raakt het andere langzaam overbelast. In teams met lager verzuim zien we vaak een sterker organisatieklimaat: meer psychologische veiligheid, meer onderling vertrouwen en meer ruimte om knelpunten te bespreken. Problemen worden daar eerder gedeeld en belasting wordt minder lang individueel gedragen. Daar ligt een belangrijk aangrijpingspunt. Een gezond organisatieklimaat neemt werkdruk niet weg, maar werkt wel als buffer. Medewerkers kunnen er beter met belasting omgaan, spreken zich eerder uit en ervaren meer steun van collega’s en leidinggevenden. De rol van leidinggevenden is daarin cruciaal, maar wordt tegelijkertijd steeds complexer. Teams zijn vaak groot en de span of control is in veel zorgorganisaties fors. Zeker in de langdurige zorg sturen leidinggevenden regelmatig meerdere teams aan. Bij hoog verzuim verschuift hun aandacht dan al snel naar medewerkers die zijn uitgevallen, terwijl juist bij de groep die werkt de grootste winst te behalen is.
Daar komt bij dat veel leidinggevenden zijn doorgegroeid binnen zorgorganisaties. Zij waren eerder zelf verpleegkundige, begeleider of behandelaar. Dat levert waardevolle inhoudelijke ervaring op, maar niet automatisch de vaardigheden om teams te begeleiden in belastbaarheid, samenwerking en het voeren van lastige gesprekken. De reflex is dan begrijpelijk: zelf oplossen, bijspringen of werk overnemen. Op de lange termijn vergroot dat de druk op leidinggevenden zelf.
Ontwikkel geen nieuwe beleidsinstrumenten maar gebruik de bestaande beter
Daarbij blijkt regelmatig dat de oplossing niet altijd in nieuwe instrumenten zit. Veel zorgorganisaties beschikken al over regelingen rond duurzame inzetbaarheid, mantelzorg of levensfasebewust beleid. In de praktijk wordt daar echter beperkt gebruik van gemaakt. Zorgmedewerkers weten vaak niet goed wat er mogelijk is, of het gesprek vindt pas plaats wanneer de belasting al te hoog is opgelopen.
Kortom
De uitdaging ligt minder in het ontwikkelen van nieuw beleid en meer in het beter benutten van wat er al bestaat. De opgave is groot, maar zeker niet uitzichtloos. Het begint met een andere manier van kijken.
Dr. Irene van der Fels is propositiemanager bij Stichting IZZ. Zij studeerde bewegingswetenschappen aan de Rijksuniversiteit Groningen en deed daarna promotieonderzoek naar de effecten van bewegen op cognitie bij kinderen op de basisschool. Bij Stichting IZZ doet zij onderzoek naar de duurzame inzetbaarheid en het behoud van zorgprofessionals en ontwikkelt zij op basis hiervan proposities voor zorgorganisaties en zorgprofessionals. Irene is te bereiken via: irene.vanderfels@stichtingizz.nl
Drs. Marc Spoek is Senior adviseur duurzame inzetbaarheid bij Stichting IZZ. Marc heeft jarenlange ervaring met het opzetten en implementeren van innovatieve programma’s op het gebied van gezond werken in de zorg. Hij heeft een groot netwerk in de zorg en draagt bij aan de positionering van de programma’s bij zorgorganisaties en landelijke- en regionale samenwerkingsverbanden. Marc is te bereiken via marc.spoek@stichtingizz.nl


