Alleen gezond personeel houdt werk in de zorg vol.
Wil het kabinet de zorg overeind houden, dan moet het investeren in de mensen die er tot hun pensioen in werken. Zij dragen de lasten van de groeiende zorgvraag.
In het hoofdstuk Een gezonde samenleving uit het coalitieakkoord beschrijft het kabinet hoe het de zorg de komende jaren wil organiseren. De nadruk ligt op preventie en betaalbaarheid. Minder ziekte, minder zorgvraag en een gezondere samenleving zijn de uitgangspunten; begrijpelijke en breed gedeelde ambities. Echter, het gezonder worden van een samenleving is een proces van decennia. Een teruggedrongen zorgvraag volgt pas op lange termijn. In de komende jaren blijft de zorgvraag dus toenemen, door vergrijzing, de groei van het aantal mensen met een chronische aandoening en een grote groep mensen voor wie structurele gezondheidswinst niet realistisch is.
Goede bedoelingen zijn geen plan
Die spanning tussen langetermijnambities en dagelijkse praktijk bespreekt het coalitieakkoord nauwelijks. Juist daarom is de vraag: wat doen we om zorgmedewerkers gezond inzetbaar te houden? Zij dragen de groeiende zorgvraag van de komende jaren. Sterker nog, het akkoord verhoogt de lat door de AOW-leeftijd verder op te trekken. Wie nu dertig is, werkt straks door tot zijn of haar zeventigste. Ook zorgmedewerkers dus, in een sector waar de fysieke en mentale belasting al enorm is.
Daarom wringt het dat duurzame inzetbaarheid van zorgmedewerkers in het akkoord vrijwel ontbreekt. Gezondheid wordt vooral bekeken vanuit het systeem en de patiënt, niet vanuit de professional. Toegegeven, er is een klein blokje over arbeidsomstandigheden. Regeldruk moet omlaag, zorgmedewerkers moeten meer zeggenschap krijgen en agressie is onacceptabel. Daar is niemand op tegen, maar het blijft bij algemene intenties. Er staat niet hoe werkdruk wordt verminderd, hoe mentale hulp wordt georganiseerd of hoe zorgmedewerkers gezond hun pensioen gaan halen.
De urgentie is groot en zichtbaar. Juist onder jonge zorgmedewerkers is de verloopintentie het hoogst. Ruim 40 procent overweegt de zorgsector te verlaten. Dat jonge zorgmedewerkers nu al twijfelen, zegt veel over de houdbaarheid van het werk. Daarnaast zitten dagelijks al ruim 80.000 medewerkers ziek thuis.
Randvoorwaarden voor gezond werken
Wie zorgmedewerkers wil behouden, moet verder kijken dan cao’s en salarisafspraken. Het gaat om wat mensen nodig hebben om dit werk vol te houden, jaar in jaar uit. Dat vraagt om bewuste keuzes om het werk draaglijk te maken, zodat een dertiger van nu ook realistisch kan doorwerken tot zijn zeventigste. Het gaat om aandacht voor zaken als mentale gezondheid, fysieke belasting beperken, grip op het eigen rooster en een gezonde werk-privébalans. Ook passende verlofregelingen, bijvoorbeeld voor mantelzorg, horen daarbij. Dat zijn simpelweg hygiënefactoren.
Er bestaan al initiatieven, zoals zorglijnen waar zorgmedewerkers laagdrempelig kunnen bellen voor mentale steun. Tegelijkertijd zijn bereik en bekendheid nu te afhankelijk van sector, regio of werkgever. Daarom is structurele en landelijke borging door de overheid nodig, bijvoorbeeld met SIRE-achtige campagnes, zodat iedere zorgmedewerker weet waar hij of zij terechtkan. De mentale gezondheid van zorgmedewerkers verdient die urgentie.
De gesprekken tussen kabinet, maatschappelijke partners en oppositie moeten niet alleen gaan over bezuinigingen, maar ook over ruimte in de VWS-begroting om zorgmedewerkers duurzaam inzetbaar te houden. Als we verwachten dat de dertiger van nu tot zijn zeventigste in de zorg blijft werken, vraagt dat om keuzes en financiële middelen. Wie de zorg overeind wil houden, moet investeren in de mensen die haar dagelijks dragen.

