Navigatie overslaan

“Er is meer verbinding ontstaan”

Illustratie van 2 hoofden tegenover elkaar in groen, paars en oranje

De uitdaging: leiders die elkaar nauwelijks ontmoeten

De sector Verpleging & Verzorging binnen het Leger des Heils bestaat uit verschillende regio’s met elk eigen managementlagen. Het middenmanagement komt elkaar nauwelijks tegen. Bram vertelt: “Het is een klein groepje dat elkaar niet zo goed weet te vinden, maar wel hetzelfde probeert te doen.” 

Dit leidde tot twee uitdagingen: een gebrek aan gezamenlijke leiderschapstaal en hoge drempels om elkaar te vinden. Daardoor werkte elke locatie vooral op zichzelf, terwijl juist gezamenlijke uitdagingen om samenwerking vroegen. Het leiderschapstraject werd gezien als een kans om deze kloof te overbruggen en de nieuwe leiderschapsvisie tot uiting te brengen. 

Een gezamenlijke aanpak

Het programma werd door Leger des Heils en IZZ ingericht met een kick-off en daarna drie inhoudelijke werksessies. Tijdens de kick-off bepaalden de deelnemende leidinggevenden zelf met welke thema’s ze aan de slag wilden. Bram zegt: “Tijdens de kick-off hebben we samen onderzocht waar onze grootste behoefte lag. Met behulp van de werkvormen van IZZ-adviseurs Marc Spoek en Peter Krom kwamen onze doelstellingen vanzelf bovendrijven. Verbinding kozen we bewust als startpunt, omdat iedereen voelde dat dit was wat we het meest nodig hadden.” 

Om verbinding niet alleen te leren, maar ook te ervaren, vond elke sessie plaats op een andere locatie van het Leger des Heils. Volgens Bram werkte dit goed: “Dat deden we bewust: zo zagen we elkaars werk en werkveld beter. We combineerden het telkens met een lunch en rondleiding. Dat hielp enorm om meer verbinding te creëren.” 

Impact: meer verbinding, betere samenwerking

Blijvende verbinding over regiogrenzen heen, dat was het belangrijkste doel en dit werd bereikt. “De problemen die ik ervaar, heeft mijn collega in een andere regio ook. Dat gaf erkenning en maakte de lijnen korter.”, vertelt Bram over het effect van het programma. Leidinggevenden die elkaar voorheen amper zagen, werken nu samen aan casuïstiek, er zijn werkbezoeken tussen huizen en er worden protocollen gedeeld.  

Ook ontstond meer eenheid in taal en werkwijze doordat teamleiders, afdelingsmanagers en regiomanagers bewust gemengd deelnamen. Tijdens de evaluatie kwam bovendien een sterke behoefte naar voren om deze samenwerking structureel voort te zetten: “Kunnen we niet één of twee keer per jaar bovenregionaal bij elkaar komen? Die wens werd heel duidelijk uitgesproken.” 

Succesfactoren voor andere organisaties

Volgens Bram zijn er een paar belangrijke lessen om écht impact te maken met dit programma. Neem de tijd gezamenlijke doelen te formuleren, zoals hij zegt: “Wat willen we echt? Waarom doen we dit? Wat past bij ónze organisatie?” 
Daarnaast is eigenaarschap essentieel: “IZZ begeleid, maar de verantwoordelijkheid ligt bij de organisatie, zo kun je echt impact maken.” 

Met dit traject is een stevige basis gelegd voor een blijvende leiderschapsbeweging waarin verbinding de motor is. De wens om structureel bij elkaar te blijven komen laat zien dat de eerste stap is gezet en dat er ruimte is om dit verder te verdiepen en uit te bouwen.