Een harde klap tijdens haar opleiding
Leonie begon ooit vol ambitie aan de opleiding Verpleegkunde niveau 4. Tijdens haar studie liep ze verschillende stages, waaronder in het ziekenhuis. Daar kreeg ze aan het einde van haar laatste stage onverwacht slecht nieuws: ze zou haar stage niet halen. Volgens collega’s was ze nog niet klaar voor het werkveld. “Het heeft mijn zelfvertrouwen geschaad,” vertelt ze. “Ik was stagiair, maar de verwachtingen lagen veel hoger. Ik werd echt gezien als een verpleegkundige.”
Het moment kwam hard aan. Juist omdat het de afrondende fase van haar opleiding was, voelde het als een enorme tegenslag. Toch besloot Leonie niet op te geven. In plaats daarvan koos ze ervoor om een stap terug te doen en zichzelf de tijd te gunnen om te groeien. Ze rondde eerst de opleiding Verzorgende af. Een keuze die haar meer rust en vertrouwen gaf.
Bewust kiezen voor een nieuwe richting
Met haar diploma op zak keek ze opnieuw vooruit. Ze koos voor een baan in een revalidatiecentrum. Hier voert ze meer handelingen uit dan in de ouderenzorg en heeft ze meer contact met artsen. Dat sprak haar aan.
Haar doel is duidelijk: ervaring opdoen, meters maken en uiteindelijk terugkeren naar de opleiding Verpleegkunde om die alsnog af te ronden. Wat haar in de zorg drijft, gaat verder dan het beeld dat veel mensen hebben. “Het is een vooroordeel dat we alleen maar wassen en aankleden,” zegt ze. “Een belangrijk deel van mijn werk is juist het observeren van cliënten en het oppikken van signalen. Gedrag zegt vaak meer dan je in eerste instantie ziet.”
Verschil in zorgsector
In haar nieuwe werkomgeving ziet ze duidelijke verschillen met de ouderenzorg. In het revalidatiecentrum werken cliënten actief aan hun herstel. Ze willen terug naar huis en zijn gemotiveerd om daar alles voor te doen. “In de ouderenzorg is dat anders,” legt Leonie uit. “Daar weten veel mensen dat dit hun eindbestemming is.”
Binnen het revalidatiecentrum werkt ze met zowel kortdurende als langere revalidatieopnames. De zorg is tijdelijk en gericht op herstel en zelfstandigheid. Cliënten krijgen ondersteuning bij dagelijkse handelingen. Ook wordt er intensief samengewerkt met andere disciplines, zoals fysiotherapeuten, artsen en logopedisten. “Na een operatie is het bijvoorbeeld belangrijk dat je goed afstemt met de fysio en arts wat iemand nodig heeft,” zegt ze.
Waar de eerste dagen intensief zijn, neemt de zorg daarna af en komt er meer ruimte voor overleg en het bepalen van het behandelplan. Ze is veel meer bezig met kijken wat de volgende stap is voor de cliënt. Juist die combinatie van nadenken en samenwerken maakt het werk voor haar interessant.
Ouderenzorg en onzekerheid
Haar onzekerheid bleef niet helemaal uit. Zeker in het begin in de ouderenzorg had ze moeite om dingen los te laten en voelde ze zich soms niet serieus genomen door collega’s. Volgens haar speelde het personeelstekort daarin een belangrijke rol. Inmiddels ziet ze dat dit steeds beter gaat.
Naast deze ervaring in het dagelijks werk merkte ze dat sommige situaties extra impact op haar hebben. Bijvoorbeeld het overlijden van een cliënt die had aangegeven niet gereanimeerd te willen worden. “Dan vraag je jezelf af: had ik nog iets kunnen betekenen?” zegt ze. “Dat neem je mee naar huis. Dat blijft denk ik altijd een strijd met jezelf.” Gelukkig kan ze hierover praten met collega’s, die elkaar ondersteunen in zulke momenten.
‘Als iemand niet lekker is en je blijft er even bij, of je belt een familielid voor iemand, dat betekent zoveel. Voor hen, maar ook voor mij.’
— Leonie (22)
Werken in de revalidatiezorg
Leonie merkt ook een verschil in samenwerking. In het revalidatiecentrum ervaart ze dat de communicatie beter verloopt, mede doordat er intensief wordt samengewerkt met verschillende specialisten die gezamenlijk verantwoordelijkheid dragen voor de cliënt.
Daarnaast kreeg ze in haar nieuwe functie de tijd om rustig te wennen. Als nieuwkomer werd Leonie zorgvuldig ingewerkt. Drie weken stond ze boventallig, waardoor ze rustig kon kennismaken met systemen, collega’s en werkwijzen. “Ik ben blij dat ik niet meteen aan mijn lot werd overgelaten,” zegt ze. Die begeleiding gaf haar vertrouwen in haar nieuwe rol.
Balans en motivatie
Om het werk vol te houden, zoekt Leonie bewust ontspanning buiten haar werk. Ze spreekt af met vriendinnen, bezoekt familie en gaat regelmatig op pad met haar vriend. Zonder die balans, zegt ze, zou ze het werk niet kunnen volhouden.
Wat haar drijft om door te gaan? De variatie in het werk en de mensen voor wie ze het doet. En vooral de kleine momenten die een groot verschil maken.
“Als iemand niet lekker is en je blijft er even bij, of je belt een familielid voor iemand, dat betekent zoveel. Voor hen, maar ook voor mij.”
Blik op de toekomst
Hoewel haar toekomst nog open ligt, heeft Leonie wel een duidelijke stip op de horizon. Als ze haar verpleegkunde-opleiding afrondt, droomt ze voorzichtig van een baan in het ziekenhuis. “Maar dan als echte verpleegkundige,” zegt ze met een glimlach.







