Navigatie overslaan

Nineke (52) “Als ik voor één iemand het verschil kan maken in mijn dienst, dan ben ik al blij”

  • Artikel
Vrouw witte jas ziekenhuis

Nineke van der Beek (52) werkt al sinds 1994 in de zorg. Ze begon haar loopbaan als verpleegkundige en heeft sindsdien een brede ervaring opgebouwd binnen het ziekenhuis. De afgelopen zeven jaar werkt ze op de oncologie-afdeling en de dagbehandeling. Naast haar werk als verpleegkundige vervult ze ook de rol van clustermanager, waarbij ze verantwoordelijk is voor meerdere afdelingen.

Tegenwoordig verdeelt ze haar werk gelijk over beide rollen en dat bevalt haar goed. Ze vertelt dat ze juist die afwisseling erg leuk vindt. Daarvoor werkte Nineke vijftien jaar als flexverpleegkundige. Ze draaide diensten door het hele ziekenhuis. Daardoor heeft ze brede kennis van verschillende afdelingen. 

Op een gegeven moment verliet Nineke het ziekenhuis voor anderhalf jaar, maar dat bleek niet blijvend. Het werken in de zorg bleef trekken. “Ik kreeg echt heimwee,” vertelt ze. In een wit uniform werken vindt ze het mooist, omdat ze daar het dichtst bij de zorg en patiënt staat. 

Die passie is nog altijd duidelijk zichtbaar. Elke werkdag begint voor haar met hetzelfde gevoel van nieuwsgierigheid. “Als ik op de fiets naar mijn werk ga, denk ik altijd: ik ben zo benieuwd hoe mijn dag gaat lopen. Elke dag is anders en je ontmoet steeds nieuwe mensen.”

Hoewel de inhoud van het werk vaak volgens vaste protocollen verloopt en ze op dezelfde afdeling werkt, zorgen verschillende diensten en collega’s voor veel variatie. Door wisselende diensten ziet ze sommige collega’s soms maanden niet, terwijl iedereen gewoon aan het werk is. Ook de verschillende situaties op een afdeling, patiënten en gesprekken maken elke dag anders. “Dat maakt het werk juist niet saai,” zegt Nineke. 

‘Als ik op de fiets naar mijn werk ga, denk ik altijd: ik ben zo benieuwd hoe mijn dag gaat lopen’

— Nineke van der Beek (52)

Samenwerken over afdelingen heen

De teamcultuur in het ziekenhuis is de afgelopen jaren veranderd. Waar afdelingen vroeger vooral op zichzelf gericht waren, wordt er nu steeds meer samengewerkt over afdelingen heen. Die verandering is onder andere in gang gezet tijdens de coronaperiode. Nineke ervaart die ontwikkeling positief. “Het zorgt voor meer werkplezier,” zegt ze. 

Tegelijkertijd is het voor sommige collega’s nog wennen. Niet iedereen voelt zich direct op zijn gemak op een andere afdeling, omdat ze het werk daar minder goed kennen. Toch wordt deze manier van werken actief gestimuleerd. ‘’Het is belangrijk om samen de zorg te blijven verbeteren, zeker met het oog op toekomstige personeelstekorten.’’

De zorg is zwaarder geworden

Nineke ziet duidelijk verschil in het werken in de zorg tussen vroeger en nu. 
“Vroeger draaide ik bijvoorbeeld meerdere ochtenddiensten achter elkaar. Dat kan nu niet meer,” vertelt ze. Dat komt vooral doordat patiënten tegenwoordig vaak zieker zijn. Waar mensen vroeger bijvoorbeeld tien dagen in het ziekenhuis lagen na een blindedarmoperatie, worden patiënten nu sneller naar huis gestuurd. De mensen die nog wél opgenomen worden, hebben vaak complexere en zwaardere zorg nodig.

“Je hebt misschien minder patiënten dan vroeger, maar de zorg per patiënt is veel intensiever,” legt Nineke uit. “Waar je eerder voor tien mensen zorgde, zijn dat er nu misschien vier. Maar die zorg is wel een stuk zwaarder.”

Die intensieve zorg betekent ook dat het werk nooit helemaal ‘af’ is. Nineke vertelt: “Je kunt nooit het licht uitdoen als je weggaat, dit is een 24 uur per dag draaiende organisatie.” 
Ze begrijpt dat dit voor collega’s stressvol kan zijn, zeker als het werk nog niet af is. Zelf ervaart ze weinig werkdruk. Voor haar draait het vooral om goed prioriteiten stellen.

Verschil in generaties op de werkvloer

Volgens Nineke beweegt de oudere generatie goed mee met nieuwe ontwikkelingen, zoals digitaal rapporteren in plaats van werken op papier. Dat levert zelfs tijd op, die ze nu meer aan patiënten kunnen besteden.

Tegelijk ziet ze ook een verschil in aanpak. Oudere collega’s zijn gewend om nét wat extra te doen: een extra rondje lopen, familie bellen of even bij de patiënt zitten.

Dat probeert ze ook over te brengen op studenten. Ze merkt dat jongeren soms keuzes maken op basis van dossiers en overdrachten, en daardoor denken dat bepaalde patiënten ‘te zwaar’ voor ze zijn. Nineke daagt hen uit om eerst zelf te gaan kijken. Vaak blijkt het daarna mee te vallen en ontstaat er zelfs een klik met andere patiënten dan verwacht. Haar advies: ga altijd even langs, zodat je zelf een beeld krijgt van de situatie.

De waarde van het werk

“Als ik voor één iemand het verschil kan maken in mijn dienst, dan ben ik al blij.” Wat haar werk bijzonder maakt, is dat ziekte alles relativeert. Werk, status en andere bijzaken vallen weg - wat overblijft is menselijk contact.

Als patiënten overlijden, bespreken ze dat met collega’s. Humor helpt om het draaglijk te maken. “Het is heel bijzonder dat je mensen mag bijstaan in een kwetsbaar stuk van hun leven,” zegt Nineke.

Maar er zijn ook mooie momenten. Als iemand herstelt, wordt dat gevierd. Zo versierde ze rond de kerst ooit de infuuspaal van een patiënt met kerstballen, omdat het haar laatste behandeling was.

‘Het is heel bijzonder dat je mensen mag bijstaan in een kwetsbaar stuk van hun leven’

— Nineke van der Beek (52)

Na de dienst

Vroeger stond ze na haar dienst wel eens in de kroeg. Dat contrast voelde groot. Nineke vertelt: “Dan had ik net bij iemand aan het sterfbed gestaan, en had niemand daar enig besef van. Mensen hebben echt geen idee hoe de zorgwereld in elkaar zit.”

Inmiddels kan ze dat beter loslaten. Ze weet dat mensen buiten de zorg die wereld niet kennen en laat haar werk ook echt op het werk.

verpleegkundige ziekenhuis bed