Zorgmedewerkers zien mentale gezondheid niet alleen als een persoonlijke verantwoordelijkheid. Dat blijkt het IZZ-ledenpanel over mentale gezondheid. Maar liefst 85,8% van de deelnemers vindt dat ook de werkgever hierin een actieve rol heeft. Die verwachting gaat niet alleen over ondersteuning bij klachten, maar ook over de manier waarop het werk is ingericht.
Begeleiding, trainingen of toegang tot professionele ondersteuning blijven belangrijk, maar vormen slechts een deel van de oplossing. Een aanzienlijke groep zorgmedewerkers noemt juist aanpassingen in het werk zelf als voorwaarde om mentaal gezond te blijven.
Zo heeft 31,7% van de zorgmedewerkers behoefte aan structurele aanpassingen in taken of taakverdeling en noemt 28,2% aanpassingen in werkroosters of werktijden.
Wat zorgmedewerkers nodig hebben, verschilt per branche en levensfase
De behoefte aan rooster- en werktijdaanpassingen verschilt duidelijk per branche. Vooral in de VVT (32,6%) en gehandicaptenzorg (31,4%) wordt deze behoefte vaker genoemd dan in ziekenhuizen (22,1%) en de ggz (18,9%). Dat onderstreept hoe sterk mentale gezondheid samenhangt met de dagelijkse praktijk van het werk.
De verschillen tussen leeftijdsgroepen zijn opvallend. Jongere zorgmedewerkers tot 45 jaar beoordelen hun mentale gezondheid gemiddeld met een 6,6, terwijl medewerkers tussen 45-65 jaar hun mentale gezondheid een 7,1 geven en ouder dan 65 jaar zelfs een 8,1.
Ook de behoefte aan ondersteuning verschilt. Jongere medewerkers tot 45 jaar hebben, ten opzichte van medewerkers tussen 45-65 jaar, vaker behoefte aan:
-
Praktische tips en hulpmiddelen voor mentale gezondheid (62,5% tegenover 46,6%)
-
Kortdurende psychologische ondersteuning bij mentale klachten (31,2% tegenover 18,1%)
-
Informatie via algemene communicatiekanalen binnen de organisatie (75,0% tegenover 65,6%)
-
Informatie via collega's of informele kanalen (32,5% tegenover 15,4%)
Ook tussen mannen en vrouwen zijn verschillen zichtbaar in de manier waarop zij steun zoeken. Vrouwen zoeken bij mentale klachten vaker steun bij collega’s (40,8%) dan mannen (26,3%). Mannen noemen juist vaker de bedrijfsarts of arbodienst als bron van ondersteuning (45,0% tegenover 19,8%).
Wat betekent dit voor zorgorganisaties?
De resultaten van het ledenpanel maken duidelijk dat mentale gezondheid vraagt om een bredere aanpak. Voor zorgorganisaties ligt er een duidelijke kans: versterk mentale gezondheid niet alleen met individuele ondersteuning, maar ook door aandacht te besteden aan:
-
Werkdruk
-
Taakverdeling en verantwoordelijkheden
-
Roosters en werktijden
-
Toegankelijke ondersteuning bij mentale klachten
-
Communicatie die aansluit bij de verschillende groepen medewerkers
Mentale gezondheid versterken begint niet alleen bij ondersteuning, maar ook bij werk dat aansluit op wat medewerkers nodig hebben. Zo kunnen zorgorganisaties écht bijdragen aan mentale gezondheid en inzetbaarheid van zorgmedewerkers.

‘De uitkomsten laten zien dat mentale gezondheid in de zorg vraagt om een bredere blik en maatwerk. Wat zorgmedewerkers nodig hebben, verschilt per branche, levensfase en persoonlijke situatie. Wie werken er in de organisatie, wat hebben zij nodig en welke vorm van ondersteuning en communicatie sluit daar het beste op aan? Niet alleen de beschikbaarheid van hulp is van belang, maar vooral de mate waarin die aansluit bij wat medewerkers daadwerkelijk nodig hebben, hoe zij steun zoeken en welke factoren in hun werk mentale gezondheid beïnvloeden.’
— Sonja Beers, onderzoeker Duurzame Inzetbaarheid in de Zorg bij IZZ
Neem deel aan het ledenpanel
Wil je als zorgmedewerker ook meedenken over hoe we het werken in de zorg kunnen verbeteren? Meld je dan aan voor het IZZ‑ledenpanel.







