Dat steeds meer zorgorganisaties mentale gezondheid proberen te verbeteren met workshops, coaches en programma's is begrijpelijk, maar mist grotendeels het doel. Uit het Ledenpanel van IZZ blijkt dat er een mismatch is op de zorgvloer in interventies en behoeften als het gaat om mentale gezondheid. Zorgmedewerkers hebben behoefte aan een leidinggevende die oprecht luistert, regelmatig incheckt en ruimte geeft om werk en privé bespreekbaar te maken. Dit stelt dr. Sonja Beers, onderzoeker bij IZZ.
Ruim 1 op de 3 zorgmedewerkers ervaart meerdere keren per maand mentaal belastende situaties op het werk. Veel zorgorganisaties kiezen voor zichtbare oplossingen, zoals een coach, of bedrijfsmaatschappelijk werk, maar daar zit de mismatch.
-
Uit het panel blijkt dat ruim de helft van de zorgmedewerkers ondersteuning ontvangt van o.a. een coach of bedrijfsmaatschappelijk werk, terwijl slechts 39.4% aangeeft dat dit hen daadwerkelijk helpt om mentaal gezond te blijven.
-
Daarentegen noemt 35,1% regelmatige check-ins met de leidinggevende als de meest waardevolle vorm van ondersteuning bij mentale klachten.
-
21,7% voelt zich niet veilig om mentale ondersteuning op het werk te vragen en één op de vijf ervaart onvoldoende steun van de leidinggevende.

‘De grootste winst ligt bij passend leiderschap in plaats van méér interventies’
— Sonja Beers
Elise Merlijn, vakbondsbestuurder en onderhandelaar voor zorgmedewerkers bij FNV, herkent dat beeld. “In een sector waar personeelstekorten en werkdruk dagelijks voelbaar zijn, kunnen we het ons niet veroorloven dat medewerkers uitvallen omdat zij zich niet gehoord voelen. Goed leiderschap is geen luxe, maar een noodzakelijke voorwaarde voor gezond en veilig werken. Investeren in mensen, betrokken leidinggevenden en echte inspraak van zorgmedewerkers is daarom minstens zo belangrijk als investeren in nieuwe programma's en interventies”.
Volgens Beers ligt de oorzaak van de mismatch hoger in de organisatie. "Nog te vaak krijgen zichtbare vitaliteitsprogramma's in de bestuurskamer de voorkeur, omdat ze laten zien dat een organisatie aandacht heeft voor vitaliteit, terwijl de werkelijke behoeften van medewerkers onderbelicht blijven." Uit gesprekken die IZZ voert binnen zorgorganisaties blijkt dat medewerkers zich regelmatig ongehoord voelen en dat beslissingen over hun werk en welzijn te vaak van bovenaf worden genomen, zonder de praktijk daarbij te betrekken. Dat gevoel wordt versterkt doordat slechts 40,9% van de zorgprofessionals ervaart dat het hoger management gezond en veilig werken minstens zo belangrijk vindt als productiviteit. Slechts 37,2% ziet bovendien dat het management zich actief inzet om gezondheidsklachten te voorkomen.
Daar komt volgens Beers nog een structureel probleem bij. Leidinggevenden worden nog te vaak geselecteerd op hun vakinhoudelijke expertise. "Goed zijn in het verlenen van zorg betekent niet automatisch dat iemand ook de vaardigheden heeft om medewerkers te begeleiden." Juist die mensgerichte competenties zijn bepalend voor het voorkomen van mentale klachten en langdurige uitval. Beers pleit ervoor dat zorgorganisaties minder investeren in losse programma's en juist meer in de selectie, opleiding en ontwikkeling van leidinggevenden. Daarnaast moeten leidinggevenden voldoende tijd en ruimte krijgen om daadwerkelijk te investeren in de mentale gezondheid van hun medewerkers. Alleen dan kunnen zij ervoor zorgen dat zorgmedewerkers zich gezond, gesteund en gehoord voelen op de werkvloer.







