Zorgsucces

ORO: ‘Creativiteit is de grootste winst’

Met man en macht werkten ze tijdens de eerste golf van de coronacrisis. Tegelijkertijd stond geluk hoog in het vaandel bij ORO in Zuidoost-Brabant. Zo vertelden drie medewerkers eerder dit jaar. Maar hoe gaat het nu?

In het voorjaar zag je ze elke dag lopen, een groepje bewoners van locatie Het Rijtven. Ze waren op weg naar de dagbesteding. Rond negen uur verlieten ze hun woning, liepen een rondje door de groene omgeving en keerden weer terug naar het punt van vertrek. Om daar, op de woonlocatie zelf, met de dagbesteding te starten. Door even de woning te verlaten, kregen de bewoners het gevoel daadwerkelijk naar de dagbesteding te wandelen.

‘Het is een voorbeeld van creatief denken tijdens een crisis’, vertelt Ruud Visser, manager Talent & Organisatie. ‘Creativiteit is de grootste winst van deze coronacrisis. Kijken naar wat er wel kan in plaats van wat er niet kan. Het duurde even voordat sommige mensen deze omschakeling konden maken, maar daarna ontstonden de mooiste initiatieven.’

ORO Ruud VisserGroeien van geluk, is het motto van ORO. ‘Dat geldt voor cliënten én medewerkers, ook tijdens deze crisis’, vertelt Ruud. ‘We kochten een barbecue als bewoners daar zin in hadden, we regelden een bus waarin cliënten hun familie konden ontmoeten.’ De gekke tijden leverden ook onverwacht geluk op. ‘We waren gewend om volgens een strakke structuur met bewoners om te gaan. Kwart over negen komt het busje voor de dagbesteding, iedereen moet klaar zijn. Maar tijdens de lockdown was die tijdsdruk er niet en konden we ons veel meer aanpassen aan de behoeften en wensen van de cliënt. Dat heeft zoveel rust en ruimte opgeleverd.’

Minder regeldruk

‘Hoe hebben we het eigenlijk allemaal voor elkaar gekregen?’ vraagt zorgcoördinator Arno van den Bogaard zich nu af. ‘Het was een hele zware periode waarin alles in de woning zelf moest gebeuren. Ondanks dat hebben we onze cliënten toch een goede tijd kunnen bieden. We kijken met trots terug.’

Wat er dan precies goed ging, vindt Arno lastig te zeggen. ‘Eigenlijk heb ik de tijd nog niet gehad om eens rustig te reflecteren. Ook tijdens de zomer, toen het aantal besmettingen laag was, heb ik constant ‘aan’ gestaan. Inmiddels lopen we weer op onze tenen, ik houd mijn hart vast als er weer een medewerker ziek blijkt te zijn.’

ORO Arno van den BoogaardWel stelt hij zichzelf regelmatig vragen. ‘Tijdens de eerste golf waren we zo druk met overleven, dat er geen tijd was om alles te registreren.’ Met ironie: ‘De regeldruk werd uit nood verlaagd, maar de zorg bleek gewoon door te kunnen gaan. Waarom schrijven we een zorgplan van dertig pagina’s dat bijna niemand leest? Waarom moet ik lange interne routes bewandelen om iets aan te kunnen schaffen? Als deze crisis achter de rug is, gaan we al die vragen beter bekijken.

Verbinding

Zelf heeft Arno geleerd dat hij er moet zijn voor zijn team. Zeker nu de tweede golf opnieuw veel van het personeel vergt. Arno: ‘Ik ben bang dat de rek er bijna uit is. Met het Opvang Team, waar ik ook lid van ben, hebben we een aantal teams begeleid om heftige gebeurtenissen te verwerken. Als zorgcoördinator probeer ik er zoveel mogelijk te zijn voor de medewerkers. Ik wacht niet tot zij aan de bel trekken, maar bel ze ook zelf om te vragen hoe het gaat. Een luisterend oor is erg belangrijk.’ Als hij naar zijn team kijkt, ziet Arno dat de teamspirit is verbeterd. Het gevoel het samen te moeten doen. ‘We hebben elkaar hard nodig. Als ik vandaag een dienst opvang van mijn collega, doet hij dat morgen voor mij. Medewerkers leren elkaar beter kennen, én op een andere manier. Een crisis brengt mensen bij elkaar.’

ORO Kim MichielsKim Michiels, verpleegkundige bij het kinderdagcentrum, herkent dat. ‘Tijdens deze tweede golf ben ik door personeelsgebrek overgeplaatst naar een locatie met oudere cliënten. Dat is totaal nieuw voor mij en spannend. Maar ik wil mijn collega’s graag helpen, we moeten het samen doen.’ Lachend: ‘Het is ook een fijn gevoel om ergens heel erg gewenst te zijn.’ Ze vindt de noodgedwongen wisseling van werkplek een verrijking. ‘Het kinderdagcentrum voelt als een eilandje binnen de organisatie. Maar door de coronacrisis is dat veranderd. Tijdens de eerste golf werd het centrum gesloten. Omdat alle medewerkers werden ingezet op andere locaties, weten we nu beter wat er op andere plekken in de organisatie gebeurt. We hebben veel meer collega’s leren kennen, weten elkaar nu beter te vinden en zijn meer één geworden. Ik hoop dat die verbinding blijft, ook als we terug kunnen kijken op corona.’

Vertrouwen

Zowel Arno als Kim hopen in de nabije toekomst het gesprek aan te kunnen gaan om de opgedane positieve ervaringen te behouden. Vanuit de organisatie zijn er al werkgroepen opgezet om hiermee aan de slag te gaan. ‘We willen niet meer terug naar de oude situatie’, zegt Ruud. ‘We hebben nu bijvoorbeeld ervaren dat je ook via beeldbellen kunt behandelen, of een gesprek wandelend kunt voeren. Dat moeten we integreren in onze werkwijze. ‘De crisis heeft de organisatie vertrouwen gegeven, concludeert Ruud. ‘We weten hoe heftig het kan zijn, maar we weten inmiddels ook dat we de kennis en kunde hebben om het op te vangen. In maart liet iedereen, ook ik, alles uit handen vallen toen de eerste besmettingen een feit waren. Nu is het onderdeel van het leven geworden, ook bij ORO.’